Kempisch erfgoed online

Benieuwd naar wat Gerrit Rietveld, middeleeuwse Merovingers en Bergeijk met elkaar te maken hebben? Of op zoek naar dat ene bidprentje van die oudoom die sigarenmaker was in Bladel?

Kempencollectie.online biedt uitkomst! Het is dé toegang tot het Kempisch erfgoed. Hier vind je niet alleen de vele verschillende collecties die beheerd worden door de Kempische musea en heemkundekringen maar ook de archeologische vondsten uit de collectie van het Rijksmuseum voor Oudheden en de prachtige fotocollectie van het BHIC.

De Kempencanon helpt je op weg bij het zoeken in deze overweldigende hoeveelheid erfgoed en vertelt tegelijkertijd het bijzondere verhaal van dit zanderige stukje Nederland met beroemdheden als het Kempische Heideschaap, de Imants-ploeg en bisschop Rythovius….

Geniet, snuffel en ontdek!

En oh ja, laat ons zeker weten wat je ervan vindt, wat er ontbreekt of wat je zelf hebt ontdekt.

In de media

Er is van alles te doen en te beleven in de diverse musea. Lees er alles over!

De Canon van de Kempen



Reebout op menu

tot 3.000 v. Chr.

Reebout en ganzenborst. Wildgerechten die vandaag de dag alleen bij speciale gelegenheden op tafel staan. Voor de mensen die aan het einde van de Steentijd in de Kempen verbleven, was het gangbare kost. Dat weten we uit archeologisch onderzoek rond 1995 bij de Panberg in Eersel. In dit hooggelegen gebied werden zo’n 2500 vuurstenen voorwerpen aangetroffen, waaronder botresten van rietgans en ree. Van de gans weten we zelfs dat deze met een pijl doorboord werd en op een houtskoolvuur belandde, voordat hij werd opgepeuzeld. Verder stonden in deze tijd, zo rond 10.000 v. Chr., noten, zaden en vis op het menu. Behalve in Eersel is ook in Vessem een verblijfplaats uit de Steentijd aangetroffen.

Lees meer >
Naar collectie >
  • Reebout op menu

    tot 3.000 v. Chr.

    Reebout en ganzenborst. Wildgerechten die vandaag de dag alleen bij speciale gelegenheden op tafel staan. Voor de mensen die aan het einde van de Steentijd in de Kempen verbleven, was het gangbare kost. Dat weten we uit archeologisch onderzoek rond 1995 bij de Panberg in Eersel. In dit hooggelegen gebied werden zo’n 2500 vuurstenen voorwerpen aangetroffen, waaronder botresten van rietgans en ree. Van de gans weten we zelfs dat deze met een pijl doorboord werd en op een houtskoolvuur belandde, voordat hij werd opgepeuzeld. Verder stonden in deze tijd, zo rond 10.000 v. Chr., noten, zaden en vis op het menu. Behalve in Eersel is ook in Vessem een verblijfplaats uit de Steentijd aangetroffen.

    Lees meer >
    Naar collectie >
tot 3.000 v. Chr.
Eerste bewoners



Begraven of cremeren?

3.000 tot 500 v. Chr.

Heb jij je keuze al gemaakt? Wordt het begraven of cremeren als straks jouw tijd daar is? Voor wie twijfelt, is het misschien een geruststelling dat er bijna nooit een eenduidige koers is geweest in de rituelen rond het definitieve afscheid. Dan was het weer dit, dan weer dat. Ver voor Christus, in de Bronstijd en de IJzertijd, speelde dit al. De grafheuvels en urnenvelden die her en der in het Kempische landschap zijn aangetroffen, laten dit zien.

Lees meer >
Naar collectie >
  • Begraven of cremeren?

    3.000 tot 500 v. Chr.

    Heb jij je keuze al gemaakt? Wordt het begraven of cremeren als straks jouw tijd daar is? Voor wie twijfelt, is het misschien een geruststelling dat er bijna nooit een eenduidige koers is geweest in de rituelen rond het definitieve afscheid. Dan was het weer dit, dan weer dat. Ver voor Christus, in de Bronstijd en de IJzertijd, speelde dit al. De grafheuvels en urnenvelden die her en der in het Kempische landschap zijn aangetroffen, laten dit zien.

    Lees meer >
    Naar collectie >
3.000 tot 500 v. Chr.
Eerste boeren



Koperen mengkraan

1.000 tot 1.500

Je staat er niet bij stil als je onder de douche staat. Maar het blijft bijzonder. Je hoeft maar aan een knop te draaien en hebt water op de gewenste temperatuur. Dankzij een kraan die warm en koud water mengt. Eeuwenlang was in de Kempen zo’n mengkraan ondenkbaar. Als je in bad wilde, moest je eerst water aan de kook brengen en dat dan mengen met koud water. Een heel gedoe. Des te opmerkelijker is het dat zo’n mengkraan in de Romeinse tijd al wel voorkwam in de Kempen. Niet algemeen, enkel in een zeldzame dure villa. Maar toch, hij was er. Dat weten we van opgravingen bij de Kerkakkers in Hoogeloon in 1980. Daar werden, nabij de Kabouterberg, de resten gevonden van zo’n Romeinse villa. Met daarbij een originele koperen mengkraam – de oudste van Europa.

Lees meer >
Naar collectie >
  • Koperen mengkraan

    1.000 tot 1.500

    Je staat er niet bij stil als je onder de douche staat. Maar het blijft bijzonder. Je hoeft maar aan een knop te draaien en hebt water op de gewenste temperatuur. Dankzij een kraan die warm en koud water mengt. Eeuwenlang was in de Kempen zo’n mengkraan ondenkbaar. Als je in bad wilde, moest je eerst water aan de kook brengen en dat dan mengen met koud water. Een heel gedoe. Des te opmerkelijker is het dat zo’n mengkraan in de Romeinse tijd al wel voorkwam in de Kempen. Niet algemeen, enkel in een zeldzame dure villa. Maar toch, hij was er. Dat weten we van opgravingen bij de Kerkakkers in Hoogeloon in 1980. Daar werden, nabij de Kabouterberg, de resten gevonden van zo’n Romeinse villa. Met daarbij een originele koperen mengkraam – de oudste van Europa.

    Lees meer >
    Naar collectie >
500 v. Chr. tot 500 n. Chr.
Romeinse tijd



Merovingen en Karolingen

500 tot 1000

Zo tussen 500 en 750 werd de Kempen bevolkt door ‘nieuwe’ kolonisten. We weten niet precies waar ze vandaan kwamen. Wel lieten ze in tientallen grafvelden na, waarvan de meeste zijn aangelegd tussen 600 en 700. De manier waarop de overledenen werden begraven, is divers. Meestal belandt het lijk rechtstreeks in een rechthoekige kuil, soms wordt het eerst in een kist gelegd. Ook zijn crematiegraven gevonden. Merovingische graven zijn blootgelegd in Bergeijk, Westerhoven, Riethoven, Casteren, Hoogeloon en Reusel. Daarin werden soms kostbare voorwerpen aangetroffen, zoals een beker van groen glas op het Bergeijkse grafveld. Zo’n voorwerp in een graf noemen we een grafgift en was bedoeld om de goden gunstig te stemmen.

Lees meer >
Naar collectie >
  • Merovingen en Karolingen

    500 tot 1000

    Zo tussen 500 en 750 werd de Kempen bevolkt door ‘nieuwe’ kolonisten. We weten niet precies waar ze vandaan kwamen. Wel lieten ze in tientallen grafvelden na, waarvan de meeste zijn aangelegd tussen 600 en 700. De manier waarop de overledenen werden begraven, is divers. Meestal belandt het lijk rechtstreeks in een rechthoekige kuil, soms wordt het eerst in een kist gelegd. Ook zijn crematiegraven gevonden. Merovingische graven zijn blootgelegd in Bergeijk, Westerhoven, Riethoven, Casteren, Hoogeloon en Reusel. Daarin werden soms kostbare voorwerpen aangetroffen, zoals een beker van groen glas op het Bergeijkse grafveld. Zo’n voorwerp in een graf noemen we een grafgift en was bedoeld om de goden gunstig te stemmen.

    Lees meer >
    Naar collectie >
500 tot 1.000
Merovingers & Karolingers



Kasteel van Bergeijk

1000 tot 1500

En toen gaven ze de pijp toch maar aan Maarten. Halverwege de negentiende eeuw had het kasteel van Bergeijk had geen bestaansrecht meer, te zwaar gehavend. Wat er nog van restte werd gesloopt en de grachten werden gedempt. Exit Huis te Poort, zoals de burcht officieel heette. Het einde kwam niet als een verrassing. Zo’n 125 jaar eerder al, in 1725, vermeldde Jacobus Stellingwerf onder de pentekening die hij van het kasteel maakte: ‘Overblijfsel van het Sloth Bergeyck.’ Wie de tekening bekijkt, ziet dat er weinig glorie meer aan te ontdekken valt. Toch had het kasteeltje die glorietijden wel gekend. En een troost: tegenwoordig leeft het voort als luchtkasteel.

Lees meer >
Naar collectie >

  • Kasteel van Bergeijk

    1000 tot 1500

    En toen gaven ze de pijp toch maar aan Maarten. Halverwege de negentiende eeuw had het kasteel van Bergeijk had geen bestaansrecht meer, te zwaar gehavend. Wat er nog van restte werd gesloopt en de grachten werden gedempt. Exit Huis te Poort, zoals de burcht officieel heette. Het einde kwam niet als een verrassing. Zo’n 125 jaar eerder al, in 1725, vermeldde Jacobus Stellingwerf onder de pentekening die hij van het kasteel maakte: ‘Overblijfsel van het Sloth Bergeyck.’ Wie de tekening bekijkt, ziet dat er weinig glorie meer aan te ontdekken valt. Toch had het kasteeltje die glorietijden wel gekend. En een troost: tegenwoordig leeft het voort als luchtkasteel.

    Lees meer >
    Naar collectie >

1000 – 1500
Lokale adel



Norbetijnen regeren

1.000 tot 1.500

Hij maakte een wat vreemde start als geestelijke. Er moest een onweer aan te pas komen voor hij zijn losbandige leven inruilde voor een godsvruchtig bestaan als kloosterling. Rond 1100 werd Norbertus van Xanten, afkomstig uit Gennep, van zijn paard geworpen toen vlak voor hem de bliksem insloeg. Versuft lag hij een poosje op de grond en vroeg toen, de ogen hemelwaarts, ‘Heer wat moet ik doen?’ Een stem van boven antwoordde: ‘Wend je af van het kwade en doe alleen nog het goede.’ Norbertus zette het roer om. Dat leverde op termijn de abdij van Postel op. En die is voor de Kempen van grote betekenis geweest.

Lees meer >
Naar collectie >
  • Norbetijnen regeren

    1.000 tot 1.500

    Hij maakte een wat vreemde start als geestelijke. Er moest een onweer aan te pas komen voor hij zijn losbandige leven inruilde voor een godsvruchtig bestaan als kloosterling. Rond 1100 werd Norbertus van Xanten, afkomstig uit Gennep, van zijn paard geworpen toen vlak voor hem de bliksem insloeg. Versuft lag hij een poosje op de grond en vroeg toen, de ogen hemelwaarts, ‘Heer wat moet ik doen?’ Een stem van boven antwoordde: ‘Wend je af van het kwade en doe alleen nog het goede.’ Norbertus zette het roer om. Dat leverde op termijn de abdij van Postel op. En die is voor de Kempen van grote betekenis geweest.

    Lees meer >
    Naar collectie >
1.000 tot 1500 
Abdij van Postel



Boek van goud

500 tot 1000

Ooit van de processie van Echternach gehoord? Drie stappen vooruit, twee stappen achteruit. Je komt wel vooruit, maar echt opschieten doet het niet. Gelukkig heeft deze Luxemburgse stad waar de heilige Willibrordus een abdij stichtte, de Kempen iets nagelaten waar we wel veel mee zijn opgeschoten: een gouden boek waarin we van verscheidene Kempendorpen de naam aantreffen. Waardoor we weten vanaf wanneer ze in elk geval bestonden.

Lees meer >
Naar collectie >

  • Boek van goud

    500 tot 1000

    Ooit van de processie van Echternach gehoord? Drie stappen vooruit, twee stappen achteruit. Je komt wel vooruit, maar echt opschieten doet het niet. Gelukkig heeft deze Luxemburgse stad waar de heilige Willibrordus een abdij stichtte, de Kempen iets nagelaten waar we wel veel mee zijn opgeschoten: een gouden boek waarin we van verscheidene Kempendorpen de naam aantreffen. Waardoor we weten vanaf wanneer ze in elk geval bestonden.

    Lees meer >
    Naar collectie >

500 tot 1.000
Willibrordus



Bijzonder gezangboek

1000 tot 1500

Je hoeft de muziek niet eens te horen, het betoverende notenschrift volstaat om je binnen te leiden in hemelse sferen. Zeker als je in de Eerselse Mariakapel staat, wetende dat deze gregoriaanse gezangen speciaal gebundeld werden voor dit Middeleeuwse gebedshuis op de Markt. Ruim vierhonderd jaar geleden, in 1604, bracht kanunnik Arnoldus van Esch een eerbetoon aan de kapel door een gezangboek samen te stellen met daarin tevens voorschriften voor de viering van het Lof. Het boek wordt bewaard in het Museum Catharijnenconvent in Utrecht.

Lees meer >
Naar collectie >
  • Bijzonder gezangboek

    1000 tot 1500

    Je hoeft de muziek niet eens te horen, het betoverende notenschrift volstaat om je binnen te leiden in hemelse sferen. Zeker als je in de Eerselse Mariakapel staat, wetende dat deze gregoriaanse gezangen speciaal gebundeld werden voor dit Middeleeuwse gebedshuis op de Markt. Ruim vierhonderd jaar geleden, in 1604, bracht kanunnik Arnoldus van Esch een eerbetoon aan de kapel door een gezangboek samen te stellen met daarin tevens voorschriften voor de viering van het Lof. Het boek wordt bewaard in het Museum Catharijnenconvent in Utrecht.

    Lees meer >
    Naar collectie >
1000 tot 1500
Mariakapel Eersel



Kerktorens priemen overal op in ’t rond

1400 tot 1500

Hoe kregen ze het voor elkaar, de Laatmiddeleeuwse inwoners van Steensel? Het dorp telde in die tijd niet meer dan zestig huizen, naar schatting hooguit vierhonderd inwoners. En dan toch een gigantische kerk met een al even imposante toren bouwen. Was het om te laten zien dat ze bijzonder godsvruchtig waren? Of om de omliggende dorpen de loef af te steken door ze te laten zien dat het de Steenselnaren voor de wind ging en dat ze het moeiteloos konden betalen, zo’n duur kerkgebouw met in de hoge toren bovendien een bijzonder kostbare klok? We weten het niet.

Lees meer >
Naar collectie >

  • Kerktorens priemen overal op in ’t rond

    1400 tot 1500

    Hoe kregen ze het voor elkaar, de Laatmiddeleeuwse inwoners van Steensel? Het dorp telde in die tijd niet meer dan zestig huizen, naar schatting hooguit vierhonderd inwoners. En dan toch een gigantische kerk met een al even imposante toren bouwen. Was het om te laten zien dat ze bijzonder godsvruchtig waren? Of om de omliggende dorpen de loef af te steken door ze te laten zien dat het de Steenselnaren voor de wind ging en dat ze het moeiteloos konden betalen, zo’n duur kerkgebouw met in de hoge toren bovendien een bijzonder kostbare klok? We weten het niet.

    Lees meer >
    Naar collectie >

1400 tot 1500
Kempengotiek



Bloedsporen

1500 tot 1650

Op de afbeelding zijn ze niet te zien, maar ze hebben er echt gezeten, de bloedspetters die bij bisschop Rythovius op z’n priesterkleed belandden toen hij op 5 juni 1568 graaf Egmond bijstond bij diens onthoofding. Althans, zo wil het verhaal. Dat verhaal zegt ook dat na dit gruwzame vonnis Rythovius zijn toog nooit meer heeft uitgewassen. De bloedsporen vormden een blijvende herinnering aan de graaf die hij als een vriend beschouwde.

Lees meer >
Naar collectie >
  • Bloedsporen

    1500 tot 1650

    Op de afbeelding zijn ze niet te zien, maar ze hebben er echt gezeten, de bloedspetters die bij bisschop Rythovius op z’n priesterkleed belandden toen hij op 5 juni 1568 graaf Egmond bijstond bij diens onthoofding. Althans, zo wil het verhaal. Dat verhaal zegt ook dat na dit gruwzame vonnis Rythovius zijn toog nooit meer heeft uitgewassen. De bloedsporen vormden een blijvende herinnering aan de graaf die hij als een vriend beschouwde.

    Lees meer >
    Naar collectie >
1500 tot 1650
Rythovius



Van de pest, honger en oorlog, verlos ons Heer!

1500 tot 1650

Of je nou door de hond of door de kat gebeten wordt …. Weinig mensen zullen de strekking van deze zegswijze indringender hebben ervaren dan de Kempenaren die zo tussen 1500 en 1750 deze streek bewoonden. Ruim tweehonderd jaar lang waren ze speelbal van vechtende en rovende partijen. Landen die elkaar bevochten. Legeronderdelen die aan het muiten sloegen. Bendes die er rovend op uit trokken. Tsja, of het nou de hond of de kat was, de gevolgen waren steeds hetzelfde: misoogsten, berovingen, platgebrande huizen en voortdurend terugkerende besmettelijke ziekten. Op het dieptepunt was het inwoneraantal met driekwart teruggelopen.

Lees meer >
Naar collectie >

  • Van de pest, honger en oorlog, verlos ons Heer!

    1500 tot 1650

    Of je nou door de hond of door de kat gebeten wordt …. Weinig mensen zullen de strekking van deze zegswijze indringender hebben ervaren dan de Kempenaren die zo tussen 1500 en 1750 deze streek bewoonden. Ruim tweehonderd jaar lang waren ze speelbal van vechtende en rovende partijen. Landen die elkaar bevochten. Legeronderdelen die aan het muiten sloegen. Bendes die er rovend op uit trokken. Tsja, of het nou de hond of de kat was, de gevolgen waren steeds hetzelfde: misoogsten, berovingen, platgebrande huizen en voortdurend terugkerende besmettelijke ziekten. Op het dieptepunt was het inwoneraantal met driekwart teruggelopen.

    Lees meer >
    Naar collectie >

1500 tot 1650
Oorlogsgebied



Reizende handelslieden

1650 tot 1800

Lees meer >
Naar collectie >
  • Reizende handelslieden

    1650 tot 1800

    Lees meer >
    Naar collectie >
1650 tot 1800
Teuten



De huwelijksmarkt

1650 tot 1800

Hoe kom je aan een huwelijkspartner? In een samenleving waar jongeren zich bijna dagelijks in het uitgaansleven kunnen begeven, lijkt dit een rare vraag. Mogelijkheden volop. Terrasjes, muziekfestivals, kermissen …. En mocht het daar niet lukken, kun je voor je date altijd nog het internet op gaan. Ooit was dit anders. In het oude Kempenland waren de momenten waarop je de huwelijksmarkt kon betreden zeldzaam. Een 1 mei-viering, een kermis, een bedevaart, een boerenovertrek – dan had je het wel gehad. En vond je al iemand die je wel aanstond, dan was het de vraag hoe je ouders daarop reageerden. Want de huwelijksmarkt was aan strikte richtlijnen gebonden.

Lees meer >
Naar collectie >
  • De huwelijksmarkt

    1650 tot 1800

    Hoe kom je aan een huwelijkspartner? In een samenleving waar jongeren zich bijna dagelijks in het uitgaansleven kunnen begeven, lijkt dit een rare vraag. Mogelijkheden volop. Terrasjes, muziekfestivals, kermissen …. En mocht het daar niet lukken, kun je voor je date altijd nog het internet op gaan. Ooit was dit anders. In het oude Kempenland waren de momenten waarop je de huwelijksmarkt kon betreden zeldzaam. Een 1 mei-viering, een kermis, een bedevaart, een boerenovertrek – dan had je het wel gehad. En vond je al iemand die je wel aanstond, dan was het de vraag hoe je ouders daarop reageerden. Want de huwelijksmarkt was aan strikte richtlijnen gebonden.

    Lees meer >
    Naar collectie >
1650 tot 1800
Folklore



Daor hedde de guld

1650 tot 1800

Lees meer >
Naar collectie >
  • Daor hedde de guld

    1650 tot 1800

    Lees meer >
    Naar collectie >
1650 tot 1800
Gilden
Tot circa 3.000 v. Chr
Eerste bewoners
REEBOUT OP MENU

Reebout en ganzenborst. Wildgerechten die vandaag de dag alleen bij speciale gelegenheden op tafel staan. Voor de mensen die aan het einde van de Steentijd in de Kempen verbleven, was het gangbare kost. Dat weten we uit archeologisch onderzoek rond 1995 bij de Panberg in Eersel. In dit hooggelegen gebied werden zo’n 2500 vuurstenen voorwerpen aangetroffen, waaronder botresten van rietgans en ree. Van de gans weten we zelfs dat deze met een pijl doorboord werd en op een houtskoolvuur belandde, voordat hij werd opgepeuzeld. Verder stonden in deze tijd, zo rond 10.000 v. Chr., noten, zaden en vis op het menu. Behalve in Eersel is ook in Vessem een verblijfplaats uit de Steentijd aangetroffen.


3.000 tot 500 v. Chr.
Eerste boeren
BEGRAVEN OF CREMEREN?

Heb jij je keuze al gemaakt? Wordt het begraven of cremeren als straks jouw tijd daar is? Voor wie twijfelt, is het misschien een geruststelling dat er bijna nooit een eenduidige koers is geweest in de rituelen rond het definitieve afscheid. Dan was het weer dit, dan weer dat. Ver voor Christus, in de Bronstijd en de IJzertijd, speelde dit al. De grafheuvels en urnenvelden die her en der in het Kempische landschap zijn aangetroffen, laten dit zien.


500 v. Chr. tot 500 n. Chr.
Romeinse tijd
BEGRAVEN OF CREMEREN?

Je staat er niet bij stil als je onder de douche staat. Maar het blijft bijzonder. Je hoeft maar aan een knop te draaien en hebt water op de gewenste temperatuur. Dankzij een kraan die warm en koud water mengt. Eeuwenlang was in de Kempen zo’n mengkraan ondenkbaar. Als je in bad wilde, moest je eerst water aan de kook brengen en dat dan mengen met koud water. Een heel gedoe. Des te opmerkelijker is het dat zo’n mengkraan in de Romeinse tijd al wel voorkwam in de Kempen. Niet algemeen, enkel in een zeldzame dure villa. Maar toch, hij was er. Dat weten we van opgravingen bij de Kerkakkers in Hoogeloon in 1980. Daar werden, nabij de Kabouterberg, de resten gevonden van zo’n Romeinse villa. Met daarbij een originele koperen mengkraam – de oudste van Europa.


500 tot 1000
Merovingers & Karolingers
Merovingers & Karolingers

Zo tussen 500 en 750 werd de Kempen bevolkt door ‘nieuwe’ kolonisten. We weten niet precies waar ze vandaan kwamen. Wel lieten ze in tientallen grafvelden na, waarvan de meeste zijn aangelegd tussen 600 en 700. De manier waarop de overledenen werden begraven, is divers. Meestal belandt het lijk rechtstreeks in een rechthoekige kuil, soms wordt het eerst in een kist gelegd. Ook zijn crematiegraven gevonden. Merovingische graven zijn blootgelegd in Bergeijk, Westerhoven, Riethoven, Casteren, Hoogeloon en Reusel. Daarin werden soms kostbare voorwerpen aangetroffen, zoals een beker van groen glas op het Bergeijkse grafveld. Zo’n voorwerp in een graf noemen we een grafgift en was bedoeld om de goden gunstig te stemmen.


500 tot 1000
Willibrordus
Boek van goud

Ooit van de processie van Echternach gehoord? Drie stappen vooruit, twee stappen achteruit. Je komt wel vooruit, maar echt opschieten doet het niet. Gelukkig heeft deze Luxemburgse stad waar de heilige Willibrordus een abdij stichtte, de Kempen iets nagelaten waar we wel veel mee zijn opgeschoten: een gouden boek waarin we van verscheidene Kempendorpen de naam aantreffen. Waardoor we weten vanaf wanneer ze in elk geval bestonden.


1000 tot 1500
Abdij van Postel
Norbertijnen regeren

Hij maakte een wat vreemde start als geestelijke. Er moest een onweer aan te pas komen voor hij zijn losbandige leven inruilde voor een godsvruchtig bestaan als kloosterling. Rond 1100 werd Norbertus van Xanten, afkomstig uit Gennep, van zijn paard geworpen toen vlak voor hem de bliksem insloeg. Versuft lag hij een poosje op de grond en vroeg toen, de ogen hemelwaarts, ‘Heer wat moet ik doen?’ Een stem van boven antwoordde: ‘Wend je af van het kwade en doe alleen nog het goede.’ Norbertus zette het roer om. Dat leverde op termijn de abdij van Postel op. En die is voor de Kempen van grote betekenis geweest.


1000 tot 1500
Lokale adel
Kasteel van Bergeijk

En toen gaven ze de pijp toch maar aan Maarten. Halverwege de negentiende eeuw had het kasteel van Bergeijk geen bestaansrecht meer, te zwaar gehavend. Wat er nog van restte werd gesloopt en de grachten werden gedempt. Exit Huis te Poort, zoals de burcht officieel heette. Het einde kwam niet als een verrassing. Zo’n 125 jaar eerder al, in 1725, vermeldde Jacobus Stellingwerf onder de pentekening die hij van het kasteel maakte: ‘Overblijfsel van het Sloth Bergeyck.’ Wie de tekening bekijkt, ziet dat er weinig glorie meer aan te ontdekken valt. Toch had het kasteeltje die glorietijden wel gekend. En een troost: tegenwoordig leeft het voort als luchtkasteel.


1000 tot 1500
Mariakapel van Eersel
Bijzonder gezangboek

Je hoeft de muziek niet eens te horen, het betoverende notenschrift volstaat om je binnen te leiden in hemelse sferen. Zeker als je in de Eerselse Mariakapel staat, wetende dat deze gregoriaanse gezangen speciaal gebundeld werden voor dit Middeleeuwse gebedshuis op de Markt. Ruim vierhonderd jaar geleden, in 1604, bracht kanunnik Arnoldus van Esch een eerbetoon aan de kapel door een gezangboek samen te stellen met daarin tevens voorschriften voor de viering van het Lof. Het boek wordt bewaard in het Museum Catharijnenconvent in Utrecht.


1400 tot 1500
Kempengotiek
Kerktorens priemen overal
op in ’t Rond

Hoe kregen ze het voor elkaar, de Laatmiddeleeuwse inwoners van Steensel? Het dorp telde in die tijd niet meer dan zestig huizen, naar schatting hooguit vierhonderd inwoners. En dan toch een gigantische kerk met een al even imposante toren bouwen. Was het om te laten zien dat ze bijzonder godsvruchtig waren? Of om de omliggende dorpen de loef af te steken door ze te laten zien dat het de Steenselnaren voor de wind ging en dat ze het moeiteloos konden betalen, zo’n duur kerkgebouw met in de hoge toren bovendien een bijzonder kostbare klok? We weten het niet.


1500 tot 1650
Rythovius
Bloedsporen

Op de afbeelding zijn ze niet te zien, maar ze hebben er echt gezeten, de bloedspetters die bij bisschop Rythovius op z’n priesterkleed belandden toen hij op 5 juni 1568 graaf Egmond bijstond bij diens onthoofding. Althans, zo wil het verhaal. Dat verhaal zegt ook dat na dit gruwzame vonnis Rythovius zijn toog nooit meer heeft uitgewassen. De bloedsporen vormden een blijvende herinnering aan de graaf die hij als een vriend beschouwde.


1500 tot 1650
Oorlogsgebied
Van de pest, honger en oorlog, verlos ons heer!

Of je nou door de hond of door de kat gebeten wordt …. Weinig mensen zullen de strekking van deze zegswijze indringender hebben ervaren dan de Kempenaren die zo tussen 1500 en 1750 deze streek bewoonden. Ruim tweehonderd jaar lang waren ze speelbal van vechtende en rovende partijen. Landen die elkaar bevochten. Legeronderdelen die aan het muiten sloegen. Bendes die er rovend op uit trokken. Tsja, of het nou de hond of de kat was, de gevolgen waren steeds hetzelfde: misoogsten, berovingen, platgebrande huizen en voortdurend terugkerende besmettelijke ziekten. Op het dieptepunt was het inwoneraantal met driekwart teruggelopen.


1650 tot 1800
Folklore
De huwelijksmarkt

Hoe kom je aan een huwelijkspartner? In een samenleving waar jongeren zich bijna dagelijks in het uitgaansleven kunnen begeven, lijkt dit een rare vraag. Mogelijkheden volop. Terrasjes, muziekfestivals, kermissen …. En mocht het daar niet lukken, kun je voor je date altijd nog het internet op gaan. Ooit was dit anders. In het oude Kempenland waren de momenten waarop je de huwelijksmarkt kon betreden zeldzaam. Een 1 mei-viering, een kermis, een bedevaart, een boerenovertrek – dan had je het wel gehad. En vond je al iemand die je wel aanstond, dan was het de vraag hoe je ouders daarop reageerden. Want de huwelijksmarkt was aan strikte richtlijnen gebonden.


1650 tot 1800
Teuten
Reizende handelslieden


Deelnemende heemkundekringen en musea

Heb je opmerkingen, aanvullingen of andere ideeën?


favicon_kempencollectie_online

© All rights reserved. Privacyverklaring